web site hit counter Zwarte schuur - Ebooks PDF Online
Hot Best Seller

Zwarte schuur

Availability: Ready to download

Zwarte schuur van Oek de Jong is een roman over leven met trauma en de verwerking ervan, over de vrouwen die Maris in de loop der jaren confronteren met zichzelf en over de kracht van een grote liefde. Op zijn negenenvijftigste heeft schilder Maris Coppoolse een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De internationale pers schrijft erover, het publi Zwarte schuur van Oek de Jong is een roman over leven met trauma en de verwerking ervan, over de vrouwen die Maris in de loop der jaren confronteren met zichzelf en over de kracht van een grote liefde. Op zijn negenenvijftigste heeft schilder Maris Coppoolse een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De internationale pers schrijft erover, het publiek stroomt toe. Maris staat op het toppunt van zijn roem. In de coverstory van een weekblad wordt de bron van zijn obsessieve werk blootgelegd: een misdaad die hij op zijn veertiende beging. Niemand in zijn omgeving is hiervan op de hoogte. Zijn vrienden en bekenden zijn geschokt. Alles begon in een zwart geteerde schuur op een eiland. Dit is het verhaal van een leven dat door één enkele, catastrofale gebeurtenis wordt getekend. Maris Coppoolse heeft ‘levenslang’. We zien hem als kunstenaar in Amsterdam en New York en kijken diep in zijn huwelijk met de levenslustige en avontuurlijke, maar ook door schuld getekende Fran, dat dreigt vast te lopen. Door de coverstory herleeft zijn jeugd en vooral die zondagmiddag op het eiland toen hij meeging naar een boerenschuur en niet mee had moeten gaan.


Compare

Zwarte schuur van Oek de Jong is een roman over leven met trauma en de verwerking ervan, over de vrouwen die Maris in de loop der jaren confronteren met zichzelf en over de kracht van een grote liefde. Op zijn negenenvijftigste heeft schilder Maris Coppoolse een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De internationale pers schrijft erover, het publi Zwarte schuur van Oek de Jong is een roman over leven met trauma en de verwerking ervan, over de vrouwen die Maris in de loop der jaren confronteren met zichzelf en over de kracht van een grote liefde. Op zijn negenenvijftigste heeft schilder Maris Coppoolse een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. De internationale pers schrijft erover, het publiek stroomt toe. Maris staat op het toppunt van zijn roem. In de coverstory van een weekblad wordt de bron van zijn obsessieve werk blootgelegd: een misdaad die hij op zijn veertiende beging. Niemand in zijn omgeving is hiervan op de hoogte. Zijn vrienden en bekenden zijn geschokt. Alles begon in een zwart geteerde schuur op een eiland. Dit is het verhaal van een leven dat door één enkele, catastrofale gebeurtenis wordt getekend. Maris Coppoolse heeft ‘levenslang’. We zien hem als kunstenaar in Amsterdam en New York en kijken diep in zijn huwelijk met de levenslustige en avontuurlijke, maar ook door schuld getekende Fran, dat dreigt vast te lopen. Door de coverstory herleeft zijn jeugd en vooral die zondagmiddag op het eiland toen hij meeging naar een boerenschuur en niet mee had moeten gaan.

30 review for Zwarte schuur

  1. 4 out of 5

    Chantal

    ***Black shed***Is about a famous painter of 59. Then all of sudden the newspaper reports a crime he committed when he was 14. What happened that day and how did it influence his life and others around him? The storyline started out strong and that is why choose this book, but then half way through the story fell apart as a plum pudding. The writer tries desperately to get it back by adding a young female and a weird sexual encounter. I think it would have been better if he deleted about 150 pag ***Black shed***Is about a famous painter of 59. Then all of sudden the newspaper reports a crime he committed when he was 14. What happened that day and how did it influence his life and others around him? The storyline started out strong and that is why choose this book, but then half way through the story fell apart as a plum pudding. The writer tries desperately to get it back by adding a young female and a weird sexual encounter. I think it would have been better if he deleted about 150 pages here and there.

  2. 5 out of 5

    Maaike Blok

    Word er een beetje moe van dat ongeveer iedere vrouw die wordt opgevoerd in het boek de man ‘wil bevredigen’ in ruil voor wat dan ook. Erg geschreven vanuit mannelijk perspectief en het was mijns inziens een verademing geweest als er evenzo vrouwen ten tonele verschenen waarmee géén seksuele link werd gelegd.

  3. 5 out of 5

    Ingrid

    Een goed geschreven, maar intriest verhaal, met alleen maar verliezers. A well-written, but sad story, with nothing but losers.

  4. 5 out of 5

    Beatrix Minkov

    Maris Coppoolse is een gevierd Nederlands kunstschilder en heeft een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Terwijl de ruimte volstroomt met toonaangevende namen uit de kunstwereld en het wemelt van de nationale pers wordt Maris ingehaald door zijn verleden wanneer de coverstory van een weekblad de schaduw onthult waaronder Maris al zijn hele leven gebukt gaat. Het misdrijf wat hij op zijn veertiende pleegde heeft hem nooit losgelaten maar door deze onthulling is de tijd Maris Coppoolse is een gevierd Nederlands kunstschilder en heeft een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Terwijl de ruimte volstroomt met toonaangevende namen uit de kunstwereld en het wemelt van de nationale pers wordt Maris ingehaald door zijn verleden wanneer de coverstory van een weekblad de schaduw onthult waaronder Maris al zijn hele leven gebukt gaat. Het misdrijf wat hij op zijn veertiende pleegde heeft hem nooit losgelaten maar door deze onthulling is de tijd van wegdrukken nu definitief voorbij. De coverstory ontketent een vloedgolf aan triggers, waardoor Maris zich gedwongen ziet terug te keren in zijn herinneringen. De kracht van Zwarte schuur zit hem in de manier waarop Oek de Jong de constante innerlijke strijd van Maris weet te verwoorden. Opgegroeid in een klein boerendorp in Zeeland bij ouders die hij liever in had wíllen ruilen voor een ander exemplaar, worstelt Maris met het aanhoudende gevoel er niet bij te horen. De verbijstering, het onvermogen, het drukkende schuldgevoel en het snoeiharde oordeel van anderen maakt dat Maris 45 jaar later nog steeds gevangen zit in de trauma's van toen. Want hoe vergeef je het jezelf wanneer je iets onvergeeflijks hebt gedaan? Dit was mijn eerste kennismaking met het werk van Oek de Jong, en hoewel ik erg onder de indruk was van de sensitiviteit waarmee hij thema's als liefde, schuld, en trauma bespreekt, was ik niet 100% enthousiast. De opbouw vond ik ijzersterk, maar de tweede helft krabbelde voor mij te veel voort. En ik miste soms wat connectie met de bijpersonen, wellicht dat deze wat overschaduwd werden door het gedetailleerde portret van Maris. Toch vind ik dit boek een aanrader, al is het maar omdat het een zeldzaamheid is om als lezer zoveel compassie te kunnen ervaren voor beslissingen die je op het eerste gezicht wellicht gedachteloos zou veroordelen. Zo over personages kunnen schrijven, en daarmee de meest donkere hoeken van iemands binnenwereld tot leven kunnen wekken maakt dat ik toch nieuwsgierig ben naar ander werk van Oek de Jong.👀 3,5*

  5. 4 out of 5

    Karine

    Soms mooie passages maar niet voldoende om het volledige boek echt graag te hebben gelezen. Wat ik het lezen waard vond - zoals de beschrijving van het schilderij dat Maris gaat bekijken in Frankrijk - ga ik hopelijk terugvinden in zijn essays in Het glanzend zwart van mosselen. Deze titel alleen al, daar houd ik van. Net zoals van mooie titels van hoofdstukken in boeken; titels die een poëzieregel op zich zijn. Eigenlijk heb ik een hekel aan boeken zonder hoofdstuktitels; ik vind het slordig, o Soms mooie passages maar niet voldoende om het volledige boek echt graag te hebben gelezen. Wat ik het lezen waard vond - zoals de beschrijving van het schilderij dat Maris gaat bekijken in Frankrijk - ga ik hopelijk terugvinden in zijn essays in Het glanzend zwart van mosselen. Deze titel alleen al, daar houd ik van. Net zoals van mooie titels van hoofdstukken in boeken; titels die een poëzieregel op zich zijn. Eigenlijk heb ik een hekel aan boeken zonder hoofdstuktitels; ik vind het slordig, onaf en begin achteraf maar eens terug iets op te zoeken. Een mooie titel boven een nieuw hoofdstuk doet toch gretiger lezen? De centrale zin in dit boek is volgens mij ' I was a normal child. I had a lot of pain, but I was a normal child.' maar duikt pas op bijna aan het einde van het boek. Waarom niet in het begin van het boek? Dan had ik met meer sympathie, begrip voor het hoofdpersonage kunnen verder lezen. Misschien is het aan mezelf te wijten en heb ik veel gemist. Ook heb ik een hekel, maar ook echt een gloeiende hekel, aan te veel toeval in een roman. Een Zeeuws plattelandsmeisje uit hetzelfde dorpje tegenkomen in een banlieue van Parijs, een ander Zeeuws meisje tegenkomen op een eiland..... dan voel ik me voor de gek gehouden door een schrijver die weinig moeite doet en er dan nog maar wat platte seks bij morst of plast. 'Opnieuw voelde hij zich een passant in dit huis. Je zag een insect, een paar seconden, je zag de pracht van zijn behaarde lijf, zwart met geel, bruin met geel, een hommel, een hoornaar, en je wist dat je hem daarna nooit meer zou zien. Eindigheid riep de oneindigheid op. Je kon de eindigheid niet ervaren zonder de oneindigheid gewaar te worden.' Dit is wel mooi. Misschien moet ik het voorlopig bij poëzie houden en bij essays. Teleurgesteld in deze roman maar de essaybundel van Oek de Jong gaat me waarschijnlijk veel beter bevallen.

  6. 5 out of 5

    Carola

    Sterk begin, maar zodra duidelijk werd wat er was gebeurd, zakte het in en werd het langdradig.

  7. 5 out of 5

    Jan Daalder

    God oh god. Wat een seksistische poepzooi. Nee maar echt. Het zijn telkens de vrouwen die een potje zitten te grienen, 'een veranderlijke aard' hebben en natuurlijk bestaan zij alleen bij gratie van de mannelijke, grote, grove hoofdpersoon Maris waarbij het me niet zou verbazen als dat een self-insert van Oek de Jong is. Emotionally stunted, eigenlijk een beetje een vijfjarig kind dat z'n driftaanvallen niet kan controleren maar uiteindelijk wel een seksueel beest en oja, ook nog een wereldberoe God oh god. Wat een seksistische poepzooi. Nee maar echt. Het zijn telkens de vrouwen die een potje zitten te grienen, 'een veranderlijke aard' hebben en natuurlijk bestaan zij alleen bij gratie van de mannelijke, grote, grove hoofdpersoon Maris waarbij het me niet zou verbazen als dat een self-insert van Oek de Jong is. Emotionally stunted, eigenlijk een beetje een vijfjarig kind dat z'n driftaanvallen niet kan controleren maar uiteindelijk wel een seksueel beest en oja, ook nog een wereldberoemd kunstenaar die in het MoMA en het Stedelijk hangt. Er komt geen vrouw voorbij die niet op z'n minst een klein beetje aangetrokken is tot Maris, inclusief zijn stiefdochter (!). Daarnaast vond ik de plot erg teleurstellend. De eerste honderd, honderdvijftig pagina's zijn nog wel boeiend omdat het mysterieuze trauma uit Maris' verleden nog niet duidelijk is. Maar als eenmaal helder is wat er ooit 40 jaar geleden in een zwarte schuur op het Zeeuwse platteland is voorgevallen, wordt daar nog driehonderd pagina's over doorgezeverd. Wat rest is een slap, mateloos frustrerend relaas over een huwelijk dat op de klippen lijkt de lopen maar dat vervolgens magischerwijs weer goed komt. Uiteindelijk kan je dat allemaal politieke overwegingen vinden en kan het nog een mooi boek zijn. Maar De Jongs streven is een gelaagde, psychologische roman. Dat wordt moeilijk als de helft van de karakters zo plat als een dubbeltje zijn en ook het plot niet echt nieuwe inzichten in de menselijke ervaring geeft. Geen aanrader.

  8. 4 out of 5

    Wijnand Marchal

    Zo’n boek die de sfeer van polderfilms uit de jaren 70 en 80 ademt. Het kan kennelijk niet zonder platvloersheid, evenals bij ’s lands zogenaamde gevierde regisseurs. Moet dit het dunne verhaal maskeren? Je zult maar een vrouw zijn in Oek de Jong’s boeken: continu afgeschilderd als lustobject, vernederd en levend in de schaduw van de man en op uiterlijk beoordeeld. (Ik vrees dat me in Grand Hotel Europa iets vergelijkbaars te wachten staat, maar dit terzijde). Dit in tegenstelling tot de hoofdper Zo’n boek die de sfeer van polderfilms uit de jaren 70 en 80 ademt. Het kan kennelijk niet zonder platvloersheid, evenals bij ’s lands zogenaamde gevierde regisseurs. Moet dit het dunne verhaal maskeren? Je zult maar een vrouw zijn in Oek de Jong’s boeken: continu afgeschilderd als lustobject, vernederd en levend in de schaduw van de man en op uiterlijk beoordeeld. (Ik vrees dat me in Grand Hotel Europa iets vergelijkbaars te wachten staat, maar dit terzijde). Dit in tegenstelling tot de hoofdpersoon Maris, het lijkt alsof de auteur deze schuin marcherende, zelfbevlekkende dandy in bescherming neemt. Hij mag zich alles veroorloven richting vrouwen, wordt afgeschilderd als slachtoffer als hij in de verdrukking komt, de lezer raakt onder de indruk van zijn artistieke prestaties, en zijn innerlijke strijd wordt breed uitgemeten. Dat geschreven hebbend, het is een onderhoudend boek, qua sfeer en met beeldend taalgebruik. Hoe een noodlottige gebeurtenis in het verleden het verdere leven en de relaties van de hoofdpersoon beïnvloedt, is mooi weer gegeven. Ik ergerde me soms aan de vele herhalingen en langdradige episodes, bv. met de drugsverslaafde vrouw en het gedweep met Albertina en Manuela op het eiland La Gomera. Het einde laat wat aan de fantasie over, dat vind ik altijd fijn.

  9. 5 out of 5

    Stéphane Vande Ginste

    Zowel bij Maris Coppoolse, befaamde kunstschilder, als bij zijn echtgenote Fran knaagt een levenslange schuld. Bij een grote overzichtstentoonstelling wordt Maris daar nog eens pijnlijk terug mee geconfronteerd: in een weekblad verschijnt een artikel dat zijn duistere verleden aan de kaak stelt. Fran op haar beurt heeft een moeilijke relatie met haar dochter Stan - die dan zelf wel een stevige band heeft met Maris. In een flash-back lezen we ook over de jeugdjaren van Maris in New York, zijn vel Zowel bij Maris Coppoolse, befaamde kunstschilder, als bij zijn echtgenote Fran knaagt een levenslange schuld. Bij een grote overzichtstentoonstelling wordt Maris daar nog eens pijnlijk terug mee geconfronteerd: in een weekblad verschijnt een artikel dat zijn duistere verleden aan de kaak stelt. Fran op haar beurt heeft een moeilijke relatie met haar dochter Stan - die dan zelf wel een stevige band heeft met Maris. In een flash-back lezen we ook over de jeugdjaren van Maris in New York, zijn vele relaties met vrouwen, zijn fascinatie voor het verderfelijke, het dode. Op het einde, tijdens een woelige vakantie, komen Maris en Fran tot een verzoening, niet enkel met elkaar, maar ook met hun verleden. De schuldvraag blijft steeds als een obsessie doorklinken in deze lijvige roman, tot je er soms wat genoeg van krijgt. Er zijn zeker mooie passages, en de Jong schrijft met veel zin voor detail en psychologisch inzicht. Toch vind ik dat er langdradige delen zijn en dat je ergens toch een bepaalde boodschap mist in deze roman. Of dan is het de stelling dat mensen gevangen zitten met hun gevoelens en dus erg eenzaam zijn op deze wereld...

  10. 5 out of 5

    David Roelofs

    Een van de slechtste romans die ik gelezen heb. Als dit boek, zoals de achterflap belooft, 'een instant klassieke roman' is waarin 'grootmeester' Oek de Jong zijn verhaal van 'bijna ondraaglijke geladenheid' vertelt, hangt de Nederlandse literaire roman (of de beoordeling daarvan door de belezen kritikasters) er droevig bij. In vijf slepend lange hoofdstukken duwt de Jong ons door het leven van 'getormenteerde' schilder Maris Coppoolse. Door een dodelijk ongeluk in een schuur waarin hij per onge Een van de slechtste romans die ik gelezen heb. Als dit boek, zoals de achterflap belooft, 'een instant klassieke roman' is waarin 'grootmeester' Oek de Jong zijn verhaal van 'bijna ondraaglijke geladenheid' vertelt, hangt de Nederlandse literaire roman (of de beoordeling daarvan door de belezen kritikasters) er droevig bij. In vijf slepend lange hoofdstukken duwt de Jong ons door het leven van 'getormenteerde' schilder Maris Coppoolse. Door een dodelijk ongeluk in een schuur waarin hij per ongeluk een meisje van een hooizolder duwt, keren Maris' gedachten tot vervelens toe naar dat moment terug. Of hij nu zijn seksueel antrekkelijke schoondochter beziet, zijn vrouw in hun ongelukkig huwelijk, zijn (oh show don't tell please) schilderij 'Black Barn', de diepte van de zee, zijn junkie vriendinnetje die (oh noodlot oh toeval) ook van 'het eiland' komt waar het allemaal gebeurde, hij blijft terugdenken aan Mattie, het meisje dat hij niet uit daadkracht, uit wanhoop of uit slechtheid te gronde heeft gericht maar uit pure onhandigheid de dood in heeft geduwd. Een moment dat in de betreffende scene zodanig voorschaduwd wordt dat je na het kadaver van een haas, man met zeis en een troep kraaien al na een aantal pagina's denkt in een matig toneelstuk verzeild geraakt te zijn waar het eenvoudig motieven tellen is. Ook in daaropvolgende hoofdstukken waarin we Maris als schilder zien, volgt de ene slechtgeschreven passage de volgende op. Duidelijk steunend op Wolkers probeert De Jong het verwarde genie in een armoedig maar met inspiratie geladen atelier te laten vertoeven waar een zekere magie van liefde, kunst en doodsdrift moet ontstaan, maar het komt, om maar even een flauwe frase te gebruiken die volledig recht doet aan de stijl van De Jong, 'niet uit de verf'. Waarom? Maris lult teveel. Zij het tegen zichzelf danwel tegen een ander slechtgetekend personage. De Jong hoopt een schilder neer te zetten die de wereld 'echt ziet', maar verliest zich in breedsprakerige colour locale waardoor de lezer, vastgezet in het eenvoudig denkende hoofd van Maris, de ene vermoeiende gedachte over de omgeving, het leven, de kleur van dingen, Het Ongeluk, na de ander moet zien te verwerken. En dat alles wordt gevat in een taal die niets aan de verbeelding overlaat. Een platgeslagen proza waarin de lezer overal aan de arm wordt meegenomen. Om over de daarmee gepaard gaande pathetiek maar te zwijgen. Zinnen als: 'Maris genoot van het schouwspel. Maar onder het genot van de donkerte, die hem altijd als schaduw vergezelde, zoals die uit zee opspringende dolfijnen vergezeld gingen van hun schaduw die over zee flitste.' (317), zijn helaas geen uitzondering. De verhaalsetting, de personages, het plot, de taal, de lengte (!) het is allemaal zo bar en boos dat ik schrik van de lof die dit boek ontvangt. Met twee sterren betuig ik absolute mildheid.

  11. 5 out of 5

    Esther

    Boek wat de nodige aandacht en tijd verdient tijdens het lezen. Minutieus uitgewerkte karakters. Mooi!

  12. 5 out of 5

    Inge Vermeire

    Het is uit en ik ben toch wel teleurgesteld - voortdurend verwachtte ik een ontknoping, een katharsis en in die zin zat er wel vaart in dat boek want ik bleef hoopvol verder lezen. Ik bleef zo vreselijk op mijn honger zitten met dit boek. 'Zwarte schuur' wekt voortdurend de valse indruk dat de opgebouwde spanning een hoogtepunt zal kennen maar dat gebeurt dus niet. Het verhaal kabbelt en kabbelt en plots is het gedaan. Voor mij is dit boek alvast geen prijswinnaar. Het is uit en ik ben toch wel teleurgesteld - voortdurend verwachtte ik een ontknoping, een katharsis en in die zin zat er wel vaart in dat boek want ik bleef hoopvol verder lezen. Ik bleef zo vreselijk op mijn honger zitten met dit boek. 'Zwarte schuur' wekt voortdurend de valse indruk dat de opgebouwde spanning een hoogtepunt zal kennen maar dat gebeurt dus niet. Het verhaal kabbelt en kabbelt en plots is het gedaan. Voor mij is dit boek alvast geen prijswinnaar.

  13. 4 out of 5

    Roosje De Vries

    De kraaien, de klei, het lijden en de seks Maris Coppoolse is een gevierd Nederlands schilder. Hij is met zijn vrouw Fran op weg door een klef en benauwd Amsterdam naar zijn overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Veel hoger kun je als beeldend kunstenaar in Nederland niet stijgen. ‘Zwijgend zaten ze in de taxi. Damp steeg op van het drogende asfalt. Door de halfopen ramen, kwam een vochtig-warme lucht naar binnen. Bij een stoplicht staken drie natgeregende meisjes lachend De kraaien, de klei, het lijden en de seks Maris Coppoolse is een gevierd Nederlands schilder. Hij is met zijn vrouw Fran op weg door een klef en benauwd Amsterdam naar zijn overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Veel hoger kun je als beeldend kunstenaar in Nederland niet stijgen. ‘Zwijgend zaten ze in de taxi. Damp steeg op van het drogende asfalt. Door de halfopen ramen, kwam een vochtig-warme lucht naar binnen. Bij een stoplicht staken drie natgeregende meisjes lachend over, hun jurkjes klevend aan hun lichaam. De taxi vorderde langzaam in de namiddagspits van Amsterdam, de chauffeur hing verveeld opzij.’ ( 2019: 9) Oei, dat wordt geen vrolijke vernissage, denk ik, daar is iets grondigs loos. En dat blijkt ook vrijwel ogenblikkelijk zo. Fran en Maris (ongetwijfeld naar de broers Maris: Matthijs, Willem, Jacob, in willekeurige volgorde, ik moet altijd hard nadenken over hun voornamen; negentiende-eeuwse schilders, Haagse school; dank dat dit niet wordt uitgelegd!), Fran en Maris dus, zijn compleet uit elkaar gegroeid. Ze hebben geen seks meer; ze ergeren zich aan elkaar over alles wat ze doen, denken en ondernemen. Frans dochter en Maris’ oogappel Fran komt over uit Syrië / Irak, waar ze als fotograaf werkt. Pleegzoon Thijs, werkzaam op de buitenlandredactie van een grote krant, is er natuurlijk ook. De directeur, Beatrix Ruf - ze wordt niet met name genoemd, maar ik vul dat toch maar even in -, en 800 gasten wachten hem op. Maris raakt van streek door een eigen schilderij: een Japanse schelpdierduikster wordt levenloos met een touw rond haar lijf uit het water gehaald. Het is een schilderij naar een foto. Een onheilsgevoel neemt direct de controle over. Dood, touw, vrouw, naakt, vrijwel naakt. Een groot artikel over hem in een tijdschrift maakt zijn ellende compleet. Het gaat over een noodlot dat geschied is in zijn jeugd op een Zeelands eiland. Ik zal niet veel prijs geven over de inhoud van deze roman. Door middel van flashbacks - back and forth, zo noem ik dat altijd maar, dus uit verschillende periodes van het hoofdpersoon en die niet op een chronologische wijze tot ons komen - raken we als lezer op de hoogte van Maris’ moeilijke leven: een existitiële buitenstaander - zoiets als de hoofdpersoon van Doeschka Meijsing, Robinson, maar dan vele malen dramatischer, schilderachtiger en kleurrijker. Natuurlijk speelt de schilderkunst een grote rol: Picasso, Van Gogh, de middeleeuwse religieuze schilder Grünewald. Als Maris diens triptiek in Colmar gaat zien en daar helemaal ondersteboven van raakt, heeft hij ‘de heilige leeftijd’ van 33 jaar bereikt; zijn leven kan niet ellendiger zijn dan dat van de getormenteerde Christus, die op 33-jarige leeftijd aan het kruis het leven liet, voor ons, arme schapen in grote nood; agnus dei qui tollis peccata mundi. Al van jongs af aan voelt Maris zich anders, anders dan iedereen om hem heen. Hij is zijn moeders oogappel maar ook is hij haar mislukkeling; zij straft hem hard; hij doet altijd anders dan zij wil; hij stelt haar teleur; juist nog meer stelt hij haar teleur omdat hij haar lieveling is. Als kind al kan hij goed tekenen, maar dat is op een dorp tussen boerderijen en kleiïge akkers een soort van kaïnsteken. De thema’s uit deze roman spreken me geweldig aan: immens schuldgevoel; het gevoel er niet bij te horen; niet weten wat met het leven aan te vangen; de zwaarte van dat leven; de verlammende werking van seksualiteit die feitelijk beleefd wordt als zondig en die daarom niet genoten kan worden; het moeilijke schildersleven; nadruk op lijden en religieuze vervoering, hoop op verlossing, wanhopen dat de verlossing nooit komt; kortom totaal verloren lopen. De dubbele gevoelens met betrekking tot seksualiteit en de beleving ervan, het schuldgevoel dat hiermee samenhangt; de hoop of wanhoop op verlossing, al die thema's ‘schopt’ De Jong als het ware en op een geweldige wijze bij ons binnen; hij duwt ons er ruw met onze neus in. Het is dan ook niet de thematiek die mij dwars zit in deze roman. Ik had me enorm verheugd op dit nieuwe boek, want ik ben altijd een liefhebber van Oek de Jongs werk geweest. Maar het valt me tegen, en dat schrijf ik met lood in mijn schoenen en schaamrood op de konen. Het kan zijn dat mijn smaak veranderd is. Ik heb immens veel gelezen de laatste jaren, laten we zeggen sinds ik De Jongs Pier en oceaan gelezen heb. Ik zie een duidelijke overeenkomst in beide boeken. Een kind dat het met zijn ouders, of een der ouders maar moeilijk kan vinden. Een kind dat zich letterlijk misplaatst voelt. Deze thematiek is majestueus, een beetje taboe ook. Wie durft er toe te geven dat hij het met zijn moeder slecht kan vinden; wie durft te erkennen dat zij haar kind eigenlijk niet bemint? Wat mij tegenstaat in deze roman is dat mij, de lezer, te veel wordt uitgelegd. Een gebeurtenis met betrekking tot de dood wordt voorafgegaan door een beleving van Maris in kleuren: zwart, blauw en geel; zwart van de kraaien. De schilder Van Gogh, die ook een niet al te vrolijk leven heeft gehad en een geobsedeerd schilder was, is dan al ter sprake geweest. Dan denk ik bij kraaien, akker, geel en blauw direct aan Van Gogh laatste schilderij. De Jong wil het zekere voor het onzekere nemen en noemt de Franse Brabander toch even bij naam. Voor mij is dat een beetje een zwaktebod. Maar het kan ook aan mijn leeservaring liggen. Onlangs (her)las ik bijvoorbeeld Robinson van Doeschka Meijsing. Een van Meijsings opvallende manieren van schrijven is dat zij intertekstualiteit gebruikt om haar verhaal een enorme diepte te geven. Maar zij legt de lezer niets uit. Ik geef toe dat niet iedere lezer alle verwijzingen zal herkennen. Ik zal zeker ook niet al haar ‘puzzeltjes’ oplossen. Mijn bezwaar tegen Zwarte schuur is zoals ik al schreef dat de auteur mij te veel uitlegt. Dat Maris lijdt aan zijn leven, aan zijn seksualiteit, dat zijn schuld op hem drukt als het zware kruis van Christus, hoeft De Jong niet voortdurend uit te schrijven. Te vaak lees ik zinnen als: Maris dacht aan zijn schuld of woorden van gelijke strekking. Verhaaltechnisch heet dat: te veel ‘tell’ en te weinig ‘show’. Het tonen is er wel degelijk en er zijn wondermooie stukken in deze roman, maar te weinig naar mijn gevoel. En op zich vind ik ‘tell’ ook niet altijd ‘verkeerd’, ‘fout’; het is de manier waarop een auteur dat doet. De Jongs schrijfstijl is niet te moeilijk, bij het karige, het journalistieke af, maar dat bekoort me in deze roman niet. Psychologisch is het boek heel sterk en ik ben een grote liefhebber van zware thematiek, ook bijvoorbeeld bij Jeroen Brouwers, bij tal van Nederlandse auteurs natuurlijk, het lijkt haast een Nederlands thema, maar de uitwerking ervan en vooral het vele expliciteren - begrijp je wel, lezer, wat ik bedoel? - storen mij. Ook het religieuze aspect kan mij bekoren. De herhaling van motieven vind ik in Zwarte schuur ook een beetje aan de opzichtige kant. Ik snap dat niet helemaal van mezelf, want ik ben behoorlijk tuk op motieven en hun herhaling, zoals bij bijvoorbeeld Jeroen Brouwers of Thomas Mann. Ik sta een beetje alleen in mijn opvatting, in mijn matige waardering van Zwarte schuur, maar dat is dan maar zo. Ik ga het oudere werk van Oek de Jong herlezen, en hoop op verlossing. ‘Hij hoorde de stem van het bleekblonde meisje: een hese stem. De stem van Matty* was van nature een beetje hees geweest. Hij staarde naar de broodjes in de glazen buffetkast. Het was of Matty hem in een nieuwe gedaante verscheen - in de rij voor het buffet op een veerboot. Zij, het meisje met de hese stem dat jongens uitdaagde en voor ze wegrende. Het meisje dat hij had bewonderd omdat ze zo hard kon lopen en met abrupte wendingen alle jongens van zich afschudde, terwijl ze lachend over haar schouder keek. Het stoere meisje dat zich geen raad wist met de ondoorgrondelijke jongen op wie ze verliefd was geworden.’ (ib.: 489) *Matty is het meisje om wie alles draait in deze roman; een omgekeerde muze, een zwarte muze. Over de auteur: Oebele Klaas Anne (Oek) de Jong (Breda, 4 oktober 1952) is een Nederlandse schrijver. Oek de Jong (1952) is de zoon van voormalig staatssecretaris Klaas de Jong Ozn. en Dies Windig. Zijn jeugd bracht hij door in Dokkum en Goes. Hij studeerde kunstgeschiedenis in Amsterdam. Hij debuteerde in 1975 met "De onbeweeglijke Tze" in het Hollands Maandblad. In 1977 verscheen De hemelvaart van Massimo, een verzameling korte verhalen waarvoor hij de Reina Prinsen Geerligsprijs kreeg. In 1979 volgde zijn doorbraak met Opwaaiende zomerjurken, een roman die positief ontvangen werd door de pers en door lezers en die met de Ferdinand Bordewijk Prijs beloond werd. Zes jaar later, in 1985, verscheen Cirkel in het Gras. Deze roman was in vergelijking met de bildungsroman Opwaaiende zomerjurken van een heel ander slag, veeleer een ideeënroman. Dit boek werd ook goed ontvangen. Hierna volgde er een stillere periode rond De Jong. De periode tussen 1985 en 1995 werd door De Jong in interviews een ‘donkere tijd’ genoemd. In deze tijd maakte hij – samen met Chris Rutenfrans, Yoeri Albrecht, René van Hezewijk, Peter Nelissen, Joost Vroege en Jaap Verraes – deel uit van de zgn. "Platoclub", een kring rond de schrijfster Andreas Burnier. Wel gaf hij in deze periode gastcolleges aan de universiteit van onder andere Amsterdam (1986) en Leiden (1993) en later ook nog in Berlijn (2000). Hij gaf les in het prozaschrijven (onder meer aan de nog niet gedebuteerde Joost Zwagerman en Marcel Möring). Daarnaast begon hij aan het schrijven van zijn dagboek en deed vrijwilligerswerk met geestelijk gehandicapten. In 1993 verscheen een kleine bundel van hem: De inktvis. Door het merendeel van de critici werden deze novellen afgewezen. In een essay met de titel Niet-handelen, niet-weten deed De Jong een poging zijn verhalen te verklaren. Dit essay werd opgenomen in een bundel met essays en reisverhalen die tussen 1995 en 1997 geschreven werd: Een man die in de toekomst springt. In 1998 won dit boek de Busken Huetprijs. De Jong was van 1998 tot 2000 redacteur van De Revisor. Er verscheen weer een grote roman van De Jong in 2002, namelijk Hokwerda's kind, een boek dat hem weer in de belangstelling bracht. Dit werk is in 2006 op het toneel gebracht in een bewerking van Productiehuis Brabant in een regie van Madeleine Jutten-Matzer met Wendell Jaspers in de hoofdrol. Hokwerda's kind werd genomineerd voor de Libris Literatuur Prijs en de Gouden Uil. Bibliografie: Titel: Zwarte schuur Auteur: Oek de Jong Verschijningsdatum: augustus 2019 Aantal pagina's: 496 pagina's Uitgever: Atlas Contact ISBN: 978 90 254 5767 9

  14. 4 out of 5

    Chris

    Al sinds ik de intrigerende cover met het paard van Hokwerda's kind ooit bij de boekhandel zag liggen, een boek dat vervolgens genomineerd werd voor de Libris Literatuurprijs, wilde ik Oek de Jong ontdekken. Het heeft net geen 20 jaar geduurd en ik ben uiteindelijk bij zijn recentste roman Zwarte schuur, winnaar van de Boekenbon Literatuurprijs 2020 (wat een vreselijke prijzentitel!) begonnen. 'Begonnen', jawel, want Oek De Jong smaakte meteen naar meer, al had mijn leesplezier er wellicht ook me Al sinds ik de intrigerende cover met het paard van Hokwerda's kind ooit bij de boekhandel zag liggen, een boek dat vervolgens genomineerd werd voor de Libris Literatuurprijs, wilde ik Oek de Jong ontdekken. Het heeft net geen 20 jaar geduurd en ik ben uiteindelijk bij zijn recentste roman Zwarte schuur, winnaar van de Boekenbon Literatuurprijs 2020 (wat een vreselijke prijzentitel!) begonnen. 'Begonnen', jawel, want Oek De Jong smaakte meteen naar meer, al had mijn leesplezier er wellicht ook mee te maken dat ik na heel wat non-fictie en enkele kleine literaire pareltjes was gaan smachten naar een kloeke, oerdegelijke roman. Dat is Zwarte schuur ten voeten uit en dat beloven ook de andere romans van deze schrijver te zijn. Bovendien heb ik altijd een zwak gehad voor Nederlandse auteurs en krijgt Oek de Jong een plekje in mijn boekenkast naast o.a. A.F.Th. van der Heijden, Christiaan Weijts, Ilja Leonard Pfeijffer, Marcel Möring en Harry Mulisch ... tja, allemaal mannen dus. De rijkdom van Zwarte schuur schuilt in de vele lagen die Oek De Jong vanuit zijn gevarieerde palet op het canvas penseelt. Met de gerenomeerde kunstschilder Maris Coppoolse als hoofdpersoon gaat deze roman voor mij persoonlijk in de eerste plaats over manieren van kijken. Over indrukken, beelden, lichtinvallen, taferelen, landschappen, atmosferische omstandigheden, mensen en lichamen die wij allemaal ervaren en die herinneringen in ons oproepen, maar die op een kunstenaar vaak een veel heftiger uitwerking hebben, waar hij iets mee kan ... of moet. Dat gaat vaak gepaard met een frustrerend gistingsproces, waarbij de zogenaamde worsteling van de kunstenaar bepaald wordt zijn karakter en persoonlijkheid. De persoonlijkheid van Maris Coppoolse vormt een tweede, psychologische laag. We leren hem kennen op de top van zijn roem, nog net geen zestig, met een overzichtstentoonstelling in het Stedelijk, maar ook met een dubbele schaduw die over dat succes hangt: zijn op barsten staande relatie met Fran, de vrouw met wie hij al een half leven en twee stiefkinderen deelt en de nakende onthulling van een noodlottig voorval uit zijn jeugd. Het leven van Maris Coppoolse is net zoals zijn kunst getekend door een daad die hij op zijn veertiende in een vlaag van moeilijk te beheersen innerlijke agressie begaan heeft. Die agressie werd op haar beurt gevoed doordat hij in het Zeeuwse polderdorp waar hij opgroeide als een 'stiekemerd' werd beschouwd, gewoon omdat hij liever zat te tekenen dan met de rest mee te doen. Maris' relatie tot vrouwen vormt de verbindende laag tussen zijn kunst en zijn trauma. Telkens opnieuw in periodes van leegte en zelfverachting valt hij voor vrouwen die iets extreems uitstralen, iets waar hij soms zelf niet tegen opgewassen is, maar nodig heeft. Voor zijn kunst. Het lijkt wel of hij via hen zijn agressieve onderstroom wil aanboren om tot scheppen te komen. Daarvoor gaat hij vaak tegen zijn natuur in en als de agressie eindelijk aan de oppervlakte komt, leidt dat weleens tot gevaarlijke situaties, maakt hij een einde aan de relatie en heeft hij zich bevrijd om weer te kunnen schilderen. Maar dat klinkt sowieso veel te kort door de bocht en te expliciet voor zo'n rijke, impliciete roman. Oek De Jong is behalve een geweldig literair componist en een gedegen verteller immers ook een meester in fijnzinnigheid en meerduidigheid. Er zitten zoveel boeiende scènes, locaties, gesprekken en beelden in deze roman, zo vol details die je als lezer gaandeweg steeds dieper in het verhaal trekken en in de psyche van Maris. En in die van Fran. In de laatste hoofdstukken van de roman treedt deze intrigerende vrouw steeds meer op het voorplan en ontvouwt zich een verrassend bevredigend en vooral ook erg mooi einde. 4,5*

  15. 4 out of 5

    Arie Kok

    We hebben er zeven jaar op moeten wachten, maar Zwarte Schuur is weer een echte Oek de Jong. Een klassiek aandoend verhaal, dat complex is uitgewerkt, in meerdere tijdlagen en met ongrijpbare personages. Toch vormt het een eenheid, een voortstuwende vertelling die een duidelijke rode lijn volgt. Net als Pier en Oceaan leest dit vernuftig in elkaar stekende verhaal prettig weg, niet in de laatste plaats door de lichte en verzorgde stijl. Je zou het kunnen lezen als een eenvoudig liefdesverhaal, e We hebben er zeven jaar op moeten wachten, maar Zwarte Schuur is weer een echte Oek de Jong. Een klassiek aandoend verhaal, dat complex is uitgewerkt, in meerdere tijdlagen en met ongrijpbare personages. Toch vormt het een eenheid, een voortstuwende vertelling die een duidelijke rode lijn volgt. Net als Pier en Oceaan leest dit vernuftig in elkaar stekende verhaal prettig weg, niet in de laatste plaats door de lichte en verzorgde stijl. Je zou het kunnen lezen als een eenvoudig liefdesverhaal, een liefde in crisis weliswaar. Maar dit boek is veel meer dan dat. Het is een verhaal over schuld, waarvan het de vraag is of deze schuld eeuwigdurend is, danwel dat er ergens op aarde vergeving te vinden is. Het is ook een verhaal over het onvolmaakte, de gebrokenheid. Valt daarmee te leven? En zo ja, hoe? Kortom, prachtig boek! (Een uitgebreide recensie volgt nog, want er valt veel meer over dit boek te zeggen.)

  16. 5 out of 5

    Floris Pol

    3,5 sterren, naar beneden afgerond door het begin, waarin je als lezer nodeloos 'achter een worst aan drentelt'. Klik hier voor mijn bespreking van Zwarte schuur op mijn Youtube-kanaal Floris leest. 3,5 sterren, naar beneden afgerond door het begin, waarin je als lezer nodeloos 'achter een worst aan drentelt'. Klik hier voor mijn bespreking van Zwarte schuur op mijn Youtube-kanaal Floris leest.

  17. 4 out of 5

    Hella

    Verheugde me zo! Vond Pier en Oceaan zo mooi! Maar deze nare hoofdpersoon ... kon er nix mee.

  18. 4 out of 5

    Maud Reeskamp

    Ik voelde het niet. Jammer, want ik wilde het zo graag wél goed vinden. Alleen het eerste en tweede deel (van de vijf delen) vond ik op zich wel interessant, maar daarna zakte het verhaal in als een pudding. Ik heb het boek zelfs met enige moeite uitgelezen. En hoewel het niet slecht geschreven is (vandaar 3 sterren), wist het verhaal me op een gegeven moment niet meer te boeien.

  19. 5 out of 5

    Gijs Zandbergen

    “As is verbrande turf”, zeiden we vroeger als iets heel anders had kunnen verlopen dan zoals het was gegaan. Een dooddoener en een waarheid als een koe. Maar wat weet Oek de Jong die waarheid te verbeelden, met welk een levensechte personages. Las ergens dat De Jong geen stilist is, maar wel een goede verteller. Dat begrijp ik niet. Hij is geen mooischrijver, maar in mijn ogen schrijft hij elke zin raak en zet hij hem op de juiste plaats. Dan maar geen gezochte metaforen of sierlijke bijvoeglijk “As is verbrande turf”, zeiden we vroeger als iets heel anders had kunnen verlopen dan zoals het was gegaan. Een dooddoener en een waarheid als een koe. Maar wat weet Oek de Jong die waarheid te verbeelden, met welk een levensechte personages. Las ergens dat De Jong geen stilist is, maar wel een goede verteller. Dat begrijp ik niet. Hij is geen mooischrijver, maar in mijn ogen schrijft hij elke zin raak en zet hij hem op de juiste plaats. Dan maar geen gezochte metaforen of sierlijke bijvoeglijke naamwoorden. Het verhaal hoef ik niet na te vertellen. Dat staat wel elders in Goodreads.

  20. 4 out of 5

    Henneke Wateringen

    Ik weet niet precies wat ik van dit boek moet vinden. de eerste 60 % voelde zwart schuurde (n dus wel een goede titel ;) ). de laatste 40% had ik wel meer neiging om door te lezen. Maar in de end heeft het me niet ergens geraakt. Jammer. ook bijzonder om een aantal kennissen te horen zeggen dat ze het fantastisch vonden, boor mij toch vooral een droge vorm van schijven.

  21. 4 out of 5

    Marjolijn

    Poehee, dat was een uitdaging om uit te lezen. Waar het aan lag? Geen idee. De taal is prachtig en het verhaal niet per se heel vervelend. Misschien 150 bladzijdes te lang.

  22. 4 out of 5

    Truusje Truffel

    Recensie door Roosje Uitgeverij Atlas Contact De kraaien, de klei, het lijden en de seks Maris Coppoolse is een gevierd Nederlands schilder. Hij is met zijn vrouw Fran op weg door een klef en benauwd Amsterdam naar zijn overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Veel hoger kun je als beeldend kunstenaar in Nederland niet stijgen. ‘Zwijgend zaten ze in de taxi. Damp steeg op van het drogende asfalt. Door de halfopen ramen, kwam een vochtig-warme lucht naar binnen. Bij een stoplic Recensie door Roosje Uitgeverij Atlas Contact De kraaien, de klei, het lijden en de seks Maris Coppoolse is een gevierd Nederlands schilder. Hij is met zijn vrouw Fran op weg door een klef en benauwd Amsterdam naar zijn overzichtstentoonstelling in het Stedelijk Museum in Amsterdam. Veel hoger kun je als beeldend kunstenaar in Nederland niet stijgen. ‘Zwijgend zaten ze in de taxi. Damp steeg op van het drogende asfalt. Door de halfopen ramen, kwam een vochtig-warme lucht naar binnen. Bij een stoplicht staken drie natgeregende meisjes lachend over, hun jurkjes klevend aan hun lichaam. De taxi vorderde langzaam in de namiddagspits van Amsterdam, de chauffeur hing verveeld opzij.’ ( 2019: 9) Oei, dat wordt geen vrolijke vernissage, denk ik, daar is iets grondigs loos. En dat blijkt ook vrijwel ogenblikkelijk zo. Fran en Maris (ongetwijfeld naar de broers Maris: Matthijs, Willem, Jacob, in willekeurige volgorde, ik moet altijd hard nadenken over hun voornamen; negentiende-eeuwse schilders, Haagse school; dank dat dit niet wordt uitgelegd!), Fran en Maris dus, zijn compleet uit elkaar gegroeid. Ze hebben geen seks meer; ze ergeren zich aan elkaar over alles wat ze doen, denken en ondernemen. Frans dochter en Maris’ oogappel Fran komt over uit Syrië/Irak, waar ze als fotograaf werkt. Pleegzoon Thijs, werkzaam op de buitenlandredactie van een grote krant, is er natuurlijk ook. De directeur, Beatrix Ruf - ze wordt niet met name genoemd, maar ik vul dat toch maar even in -, en 800 gasten wachten hem op. Maris raakt van streek door een eigen schilderij: een Japanse schelpdierduikster wordt levenloos met een touw rond haar lijf uit het water gehaald. Het is een schilderij naar een foto. Een onheilsgevoel neemt direct de controle over. Dood, touw, vrouw, naakt, vrijwel naakt. Een groot artikel over hem in een tijdschrift maakt zijn ellende compleet. Het gaat over een noodlot dat geschied is in zijn jeugd op een Zeelands eiland. Ik zal niet veel prijs geven over de inhoud van deze roman. Door middel van flashbacks - back and forth, zo noem ik dat altijd maar, dus uit verschillende periodes van het hoofdpersoon en die niet op een chronologische wijze tot ons komen - raken we als lezer op de hoogte van Maris’ moeilijke leven: een existitiële buitenstaander - zoiets als de hoofdpersoon van Doeschka Meijsing, Robinson, maar dan vele malen dramatischer, schilderachtiger en kleurrijker. Natuurlijk speelt de schilderkunst een grote rol: Picasso, Van Gogh, de middeleeuwse religieuze schilder Grünewald. Als Maris diens triptiek in Colmar gaat zien en daar helemaal ondersteboven van raakt, heeft hij ‘de heilige leeftijd’ van 33 jaar bereikt; zijn leven kan niet ellendiger zijn dan dat van de getormenteerde Christus, die op 33-jarige leeftijd aan het kruis het leven liet, voor ons, arme schapen in grote nood; agnus dei qui tollis peccata mundi. Al van jongs af aan voelt Maris zich anders, anders dan iedereen om hem heen. Hij is zijn moeders oogappel maar ook is hij haar mislukkeling; zij straft hem hard; hij doet altijd anders dan zij wil; hij stelt haar teleur; juist nog meer stelt hij haar teleur omdat hij haar lieveling is. Als kind al kan hij goed tekenen, maar dat is op een dorp tussen boerderijen en kleiïge akkers een soort van kaïnsteken. De thema’s uit deze roman spreken me geweldig aan: immens schuldgevoel; het gevoel er niet bij te horen; niet weten wat met het leven aan te vangen; de zwaarte van dat leven; de verlammende werking van seksualiteit die feitelijk beleefd wordt als zondig en die daarom niet genoten kan worden; het moeilijke schildersleven; nadruk op lijden en religieuze vervoering, hoop op verlossing, wanhopen dat de verlossing nooit komt; kortom totaal verloren lopen. De dubbele gevoelens met betrekking tot seksualiteit en de beleving ervan, het schuldgevoel dat hiermee samenhangt; de hoop of wanhoop op verlossing, al die thema's ‘schopt’ De Jong als het ware en op een geweldige wijze bij ons binnen; hij duwt ons er ruw met onze neus in. Het is dan ook niet de thematiek die mij dwars zit in deze roman. Ik had me enorm verheugd op dit nieuwe boek, want ik ben altijd een liefhebber van Oek de Jongs werk geweest. Maar het valt me tegen, en dat schrijf ik met lood in mijn schoenen en schaamrood op de konen. Het kan zijn dat mijn smaak veranderd is. Ik heb immens veel gelezen de laatste jaren, laten we zeggen sinds ik De Jongs Pier en oceaan gelezen heb. Ik zie een duidelijke overeenkomst in beide boeken. Een kind dat het met zijn ouders, of een der ouders maar moeilijk kan vinden. Een kind dat zich letterlijk misplaatst voelt. Deze thematiek is majestueus, een beetje taboe ook. Wie durft er toe te geven dat hij het met zijn moeder slecht kan vinden; wie durft te erkennen dat zij haar kind eigenlijk niet bemint? Wat mij tegenstaat in deze roman is dat mij, de lezer, te veel wordt uitgelegd. Een gebeurtenis met betrekking tot de dood wordt voorafgegaan door een beleving van Maris in kleuren: zwart, blauw en geel; zwart van de kraaien. De schilder Van Gogh, die ook een niet al te vrolijk leven heeft gehad en een geobsedeerd schilder was, is dan al ter sprake geweest. Dan denk ik bij kraaien, akker, geel en blauw direct aan Van Gogh laatste schilderij. De Jong wil het zekere voor het onzekere nemen en noemt de Franse Brabander toch even bij naam. Voor mij is dat een beetje een zwaktebod. Maar het kan ook aan mijn leeservaring liggen. Onlangs (her)las ik bijvoorbeeld Robinson van Doeschka Meijsing. Een van Meijsings opvallende manieren van schrijven is dat zij intertekstualiteit gebruikt om haar verhaal een enorme diepte te geven. Maar zij legt de lezer niets uit. Ik geef toe dat niet iedere lezer alle verwijzingen zal herkennen. Ik zal zeker ook niet al haar ‘puzzeltjes’ oplossen. Mijn bezwaar tegen Zwarte schuur is zoals ik al schreef dat de auteur mij te veel uitlegt. Dat Maris lijdt aan zijn leven, aan zijn seksualiteit, dat zijn schuld op hem drukt als het zware kruis van Christus, hoeft De Jong niet voortdurend uit te schrijven. Te vaak lees ik zinnen als: Maris dacht aan zijn schuld of woorden van gelijke strekking. Verhaaltechnisch heet dat: te veel ‘tell’ en te weinig ‘show’. Het tonen is er wel degelijk en er zijn wondermooie stukken in deze roman, maar te weinig naar mijn gevoel. En op zich vind ik ‘tell’ ook niet altijd ‘verkeerd’, ‘fout’; het is de manier waarop een auteur dat doet. De Jongs schrijfstijl is niet te moeilijk, bij het karige, het journalistieke af, maar dat bekoort me in deze roman niet. Psychologisch is het boek heel sterk en ik ben een grote liefhebber van zware thematiek, ook bijvoorbeeld bij Jeroen Brouwers, bij tal van Nederlandse auteurs natuurlijk, het lijkt haast een Nederlands thema, maar de uitwerking ervan en vooral het vele expliciteren - begrijp je wel, lezer, wat ik bedoel? - storen mij. Ook het religieuze aspect kan mij bekoren. De herhaling van motieven vind ik in Zwarte schuur ook een beetje aan de opzichtige kant. Ik snap dat niet helemaal van mezelf, want ik ben behoorlijk tuk op motieven en hun herhaling, zoals bij bijvoorbeeld Jeroen Brouwers of Thomas Mann. Ik sta een beetje alleen in mijn opvatting, in mijn matige waardering van Zwarte schuur, maar dat is dan maar zo. Ik ga het oudere werk van Oek de Jong herlezen, en hoop op verlossing. ‘Hij hoorde de stem van het bleekblonde meisje: een hese stem. De stem van Matty* was van nature een beetje hees geweest. Hij staarde naar de broodjes in de glazen buffetkast. Het was of Matty hem in een nieuwe gedaante verscheen - in de rij voor het buffet op een veerboot. Zij, het meisje met de hese stem dat jongens uitdaagde en voor ze wegrende. Het meisje dat hij had bewonderd omdat ze zo hard kon lopen en met abrupte wendingen alle jongens van zich afschudde, terwijl ze lachend over haar schouder keek. Het stoere meisje dat zich geen raad wist met de ondoorgrondelijke jongen op wie ze verliefd was geworden.’ (ib.: 489) *Matty is het meisje om wie alles draait in deze roman; een omgekeerde muze, een zwarte muze.

  23. 4 out of 5

    Marijn Sikken

    Magistraal

  24. 5 out of 5

    Djuna

    3,5*

  25. 4 out of 5

    Valentijn

    Ik had al snel door dat ik nul komma nul klik met het hoofdpersonage voelde. Ongelooflijk langdradig. Zowat elke vrouw wordt geseksualiseerd. Geen idee wat al die Nederlandse schrijvers daarmee hebben, dat is zo makkelijk schrijven. De gebeurtenis waar het om draaide wordt dan weer snel en vaag afgeraffeld, ik was helemaal niet mee in dat stuk. Ware het niet van mijn koppigheid om het uit te lezen, ik was er allang mee gestopt.

  26. 4 out of 5

    Bart

    *** 4.50 ***

  27. 4 out of 5

    Tonny

    Met afgemeten precisie, gestaag en zijn meesterlijke pen de tijd gunnend, laat Oek de Jong de lezer langzaam onder de huid van Maris Coppoolse kruipen. Vanaf het begin in duidelijk dat er eerder in zijn leven, op viertienjarige leeftijd, iets tragisch heeft plaatsgevonden. Al snel weet je dat het noodlottig was, dat het iets is wat hij voor de rest van zijn leven bij zich moet dragen. De eerste honderd pagina’s zweeft het rond zonder dat je als lezer de details weet. De Jong laat de lezer voelen Met afgemeten precisie, gestaag en zijn meesterlijke pen de tijd gunnend, laat Oek de Jong de lezer langzaam onder de huid van Maris Coppoolse kruipen. Vanaf het begin in duidelijk dat er eerder in zijn leven, op viertienjarige leeftijd, iets tragisch heeft plaatsgevonden. Al snel weet je dat het noodlottig was, dat het iets is wat hij voor de rest van zijn leven bij zich moet dragen. De eerste honderd pagina’s zweeft het rond zonder dat je als lezer de details weet. De Jong laat de lezer voelen wat zijn hoofdpersonage moet voelen. Met grote sprongen in de tijd De Jong de verschillende levensfases van Maris zien, inzoomend op de meest heftige periodes. De Jong neemt ons mee naar het dorpje in Zeeland waar de tragische, zwarte geschiedenis begon. We zijn in New York, in Amsterdam en op een Spaans eiland. De beschrijvingen van De Jong zijn uiterst secuur, schilderen zijn boek tot leven. Intens zijn de verhouding tussen de hoofdpersonen. De relatie tussen Maris en zijn vrouw, de band tussen hem en zijn stiefdochter, Maris’ interesse in andere, vaak fysiek of mentaal verminkte vrouwen. In enkele dagen las ik dit boek uit. Na Hokwerda’s Kind en de tweedelige Pier en Oceaan was dit het derde boek dat ik van deze schrijver las. Het is opnieuw een aanrader.

  28. 4 out of 5

    Claire

    Ik zou eigenlijk niet goed weten wat mij in het boek beviel: ik vond dat vrouwen er veel te veel als speeltjes om mijnheer te gerieven werden voorgesteld. Ik had een hekel aan verschillende van de personages en heb me een paar keer doodgeërgerd. Toch kon ik het boek slecht wegleggen. Ik vermoed dat de elegantie van het taalgebruik en een paar bijzonder goed uitgewerkte karakters en een flink tempo het uiteindelijk redden. Mijns ondanks heb ik van het boek genoten. Het boek had wel baat gehad van Ik zou eigenlijk niet goed weten wat mij in het boek beviel: ik vond dat vrouwen er veel te veel als speeltjes om mijnheer te gerieven werden voorgesteld. Ik had een hekel aan verschillende van de personages en heb me een paar keer doodgeërgerd. Toch kon ik het boek slecht wegleggen. Ik vermoed dat de elegantie van het taalgebruik en een paar bijzonder goed uitgewerkte karakters en een flink tempo het uiteindelijk redden. Mijns ondanks heb ik van het boek genoten. Het boek had wel baat gehad van een knipbeurt in het aantal pagina’s.

  29. 5 out of 5

    Julia Dijkers

    4,5 ster Zoals Dries Muus schreef in Het Parool: ‘Soms adembenemend, verbluffend inzichtelijk en echter dan de meeste dagen in je leven’

  30. 4 out of 5

    Willem Pije

    Er is te weinig gesnoeid en ingedikt, had de helft korter kunnen zijn.

Add a review

Your email address will not be published. Required fields are marked *

Loading...